Nov 1 12

Het zal je waarschijnlijk niet verbazen dat er ook afgelopen dinsdag niet bijzonder veel viel te beleven op De Wiershoeck en de Schoolwerktuin.
Ook nu was het best een aardige najaarsdag, maar helaas ging de zon zeer geregeld schuil achter de wolken.
Het was daardoor geen heldere dag en dat was jammer, want op sommige onderwerpen had ik graag iets meer licht gehad.
Omdat in de loop van de middag de kans op een regenbui volgens de deskundigen groot was en omdat de bewolking deed vermoeden dat die deskundigen wel eens gelijk konden krijgen, stapte ik tegen half vier al weer op de fiets richting Bedum.
Een redelijk kort verblijf op de tuinen in combinatie met een nogal grijze dag en de afwezigheid van interessante onderwerpen resulteerde weer in een relatief gering aantal foto’s. En dan valt er niet zo gek veel te kiezen voor een verslag.

bijvlieg

Als ik me goed herinner heb ik nog één honingbij zien vliegen. Ik heb nog even gekeken bij de bijenstal, maar daar was het stil.
Wel zag ik nog een paar zweefvliegen, o.a. deze bijvlieg op een zo goed als uitgebloeide bloem.

bijvlieg

Deze bijvlieg had het schijnbaar koud en zat diep weggedoken in een roos.

Dahlia

Het is duidelijk herfst, dat voel je en dat kun je ook heel duidelijk zien op de tuinen. Op de grote tuin van de Schoolwerktuin staat niets meer.
Er werd druk geploegd, de tuin wordt al weer klaar gemaakt voor het komende jaar. Ook op De Wiershoeck worden planten gesnoeid, geruimd en verplaatst.
Dat is voor de dahlia echter geen reden om het hoofd te laten hangen.
Maar van een tuin in duidelijke herfststemming wordt je niet vrolijk en dan laat zelfs een moedige dahlia nog wel eens een traan.

Duitse wesp-koningin

Gelukkig scheen zo af en toe de zon toch nog even en dan heb je een goede kans dat je op een beschutte plek nog wel iets interessants tegenkomt.
Deze koningin van (waarschijnlijk) de Duitse wesp koesterde zich in de zon. De Duitse wesp lijkt veel op de gewone wesp, maar is gemiddeld iets groter.
De tekening op het kopschild bestaat uit drie punten (zelden uit één).
De gewone wesp heeft daarentegen meestal een zwarte naar onderen ankervormig verbrede streep, die soms tot drie vlekken beperkt kan zijn.
Zo zie je maar weer dat determinatie niet altijd even eenvoudig is.
Het was duidelijk een grote wesp met erg lange antennes. Een antenne bestaat nog weer uit twee delen.
Het onderste deel is de antenneschacht en het gelede uiteinde wordt antennevlag genoemd. De antennes zijn belangrijke tastorganen en tevens dragers van de geurzin.

Gevlekte paarse dovenetel

De paarse dovenetel bloeit al in maart. De plant groeit vooral in tuinen, op omgespitte stukken.
Verwar de plant niet met hondsdraf. De bloemen van hondsdraf zijn meer blauw van kleur. De stengels van hondsdraf liggen meestal op de grond.
In tuinen groeit ook vaak een andere dovenetel met paarse bloemen, de gevlekte dovenetel.
De bloemen van de gevlekte dovenetel (2-3 cm) zijn veel groter dan de bloemen van de paarse dovenetel (1 -2 cm).

Grote oranje bekerzwam

De grote oranje bekerzwam doet enigszins denken aan weggeworpen sinaasappelschillen. Het is een zogenaamde zakjeszwam en kan tussen de 1 en 12 cm doorsnee groot worden.
Zolang ze nog de ruimte hebben om te groeien zijn ze vrij vlak over de grond uitgespreid, een beetje komvormig.
De zwam komt, van de herfst tot en met de winter, algemeen voor in groepen op vrijwel kale bodem of voedselrijke klei, leem of zand in loof- en gemengd bos, parken, lanen en gazons, vaak langs randen van paden.
De ascomyceten (zakjeszwammen) zijn een grote stam in het rijk der schimmels. Ze danken hun naam aan hun karakteristieke voortplantingsstructuren, de sporenzakjes (asci).
Veel gisten en schimmels, maar ook eetbare paddenstoelen zoals morieljes en truffels worden tot deze groep gerekend.
Ascomyceten zijn voor de mensheid van grote betekenis, omdat ze enerzijds voor talrijke plant-, dier en mensziektes verantwoordelijk zijn.
Anderzijds hebben ze ook een belangrijke rol bij de bereiding van levensmiddelen als kaas, brood, bier en wijn en zijn ze ook in de medicijnen van niet te onderschatten waarde.
Het uit penicillium chrysogenum geproduceerde antibioticum penicilline heeft een omwenteling veroorzaakt in de bestrijding van bacteriële infectieziekten,
Uit de in het veld verzamelde vruchtlichamen van de grote oranje bekerzwam wordt in Nederland het tumorremmende lectine gewonnen.

Larve

Larve van een bladwesp.

De larven en poppen zijn bij de onderscheiden insektensoorten zeer verschillend van vorm. Men onderscheidt de larven in: rupsen, ware larven en maden.
De maden zijn pootloos en hebben geen’ duidelijk zichtbaren, met eene harde huid bekleeden kop.
De ware larven hebben wèl een’ harden kop, die van de overige deelen van den romp duidelijk te onderscheiden is; sommige larven hebben borstpooten, andere niet.
Achterlijfspooten echter bezitten zij niet, hoogstens aan ’t uiteinde van ’t achterlijf een paar ongelede lichaamsaanhangselen.
De rupsen hebben een’ duidelijk zichtbaren, harden kop, 3 paar gelede borstpooten en een verschillend aantal ongelede achterlijfspooten.
Men onderscheidt ware rupsen, die later in vlinders veranderen, en bastaardrupsen, die de jeugdtoestand van bladwespen zijn.
De laatsten hebben een’ kogelronden kop en bezitten 6–8 paar achterlijfspooten.

Deze bastaardrupsen, die als gewone rupsen bladeren eten, buigen in rust gaarne haar lichaam C-vormig inéén; sommigen heffen, als zij worden verontrust, plotseling haar achterlijf omhoog en buigen het over den kop heen naar voren.
Als de bastaardrupsen volwassen zijn, spinnen zij zich, ’t zij aan de planten, waarop zij leefden, ’t zij in den grond, eene ovale cocon.

Deze tekst is afkomstig uit de “Geïllustreerde Land- en Tuinbouwbibliotheek, Dierkunde”, geschreven door Prof. Dr. J. Ritzema Bos en werd in 1902 uitgegeven door J. B. Wolters (Groningen).

kastanjeblad

Op menig kastanjeblad (met kastanjebloedingsziekte) zag ik deze spinsels. Sommige waren nog gesloten, uit anderen is al een beestje (larve) tevoorschijn gekomen.
De larve is al een beetje “grootgegroeid” tussen de boven- en onderkant van het blad. De larve heeft via de bovenkant het blad verlaten.
De onderkant (rechts) is nog heel en vertoont slechts een lichte bolling.

Smalle randwants

Dit jaar zag ik maar weinig volwassen smalle randwantsen. Ik heb wel enkele tientallen nimfen gezien, maar ook beduidend minder dan in voorgaande jaren.
Het is een smalle, bruine wants met kleine donkere stippen. Het halsschild bezit opvallende spitse punten aan de zijkanten.
De smalle randwants (11 tot 14 mm) is een warmte minnende soort, eet vooral vruchten en is actief vanaf juni tot in oktober.
De wants leeft op struiken en loofbomen op droge en warme plaatsen, overwintert als adult en is niet algemeen.

Strekpoot-Hooiwagen

Op de buitenmuur van de De Wiershoeck zag ik een sprinkhaan, twee hooiwagens en een strekpoot.
De sprinkhaan was aan de wandel, maar de hooiwagens en de strekpoot genoten op dat moment nog van het ietwat waterig zonnetje.
Op deze foto’s is duidelijk het verschil in rusthouding te zien (links strekpoot, rechts hooiwagen).

Wilgenhaantje

Op de jonge wilgen op De Wiershoeck zagen we enkele tientallen wilgenhaantjes. Zowel de larven als de volwassen kevers eten in groepen van het blad van de wilg.
Waar de beestjes hebben gegeten ontstaan bruine, verdorde plekken op het blad. De larven zijn ongeveer een halve cm groot en zijn zwart aan de bovenzijde en geel aan de onderzijde.
De kevers zijn te herkennen aan de metaalgroene of blauwe kleur en zijn iets kleiner dan de larven. Het wilgenhaantje kan voornamelijk op jonge bomen schade veroorzaken.

goudwesp

Op een strobloem zag ik dit kleine “vliegje”. Omdat er verder niet veel leven in de brouwerij was, richtte ik de camera ook maar op dit beestje.
Deels omdat ik benieuwd was of ik zoiets kleins redelijk scherp op de foto zou kunnen krijgen. Het valt me niet tegen.

Volgens mijn bescheiden mening zou het een goudwesp kunnen zijn. Goudwespen (ook wel koekoekswespen genoemd) behoren tot de zogenaamde angeldragers.
Een angel is eigenlijk een tot een injectiespuitje gereduceerde legboor. Bij de goudwespen is de angel zo sterk gereduceerd dat hij niet meer als zodanig is te herkennen.
In plaats daarvan hebben vrouwtjes een lange legbuis die in het achterlijf kan worden teruggetrokken.
Goudwespen vertonen opvallende metaalachtig groene, blauwe of rode kleuren. Het zijn kleine tot middelgrote insecten met gedrongen lichaamsbouw.
In Nederland en België komen meer dan 60 soorten voor, die meestal niet makkelijk zijn te determineren.

Groetjes,

Luit


« terug