Okt 1 12

Vorige week dinsdag genoten we tijdens de excursie (en ik ook daarna) van het aangename weer. Zo loop je met plezier op de tuinen rond. De dagen daarop bleek dat we geluk hebben gehad, want toen kon je beter de paraplu meenemen als je de deur uit ging. Ondanks het fraaie weer merk je duidelijk dat de zomer voorbij is. De tuinen worden winterklaar gemaakt en het wordt steeds rustiger op de tuinen. Het was dus weer zoeken naar leuke onderwerpen om te fotograferen.

Blinde bij

Waarschijnlijk is dit een blinde bij, want op het oog is een rij haartjes zichtbaar en dat is kenmerk van de blinde bij.

Deze zweefvlieg wordt blinde bij genoemd, omdat hij (oppervlakkig gezien) zo veel lijkt op een honingbij, maar natuurlijk niet kan steken.

Kleur donkerbruin met 2 grote, geelrode vlekken aan de zijden van het tweede achterlijfssegment.

Het is een wereldwijd verspreide soort en is bij ons het hele jaar aanwezig. De blinde bij is 14-16 mm lang.

Citroenpendelvlieg

De gewone pendelvlieg en de citroenpendelvlieg (foto) lijken sterk op elkaar, maar de citroenpendelvlieg wordt groter (12-18 mm), heeft grotere en lichtere gele vlekken op het achterlijf

en het achterlijf is ook meer langwerpig van vorm. Ook de vlekken op het achterlijf wijken iets af; die op het derde achterlijfssegment zijn witter en raken elkaar.

Bij de meer voorkomende gewone pendelzweefvlieg zijn er ook twee oranje vlekken op het achterlijf aanwezig.

Beide soorten hebben een in de lengte gestreept borststuk. Bij de meeste zweefvliegen is het geslachtsonderscheid eenvoudig vanwege de ogen die bij mannetjes tegen elkaar liggen, bij vrouwtjes uit elkaar.

Bij deze soort is dat echter niet het geval, wel heeft een mannetje een iets smaller achterlijf.

Gamma-uiltje

De gamma-uil, een onopvallend bruin uilvlindertje, is een heel gewone trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die zowel overdag als 's nachts vliegt.

Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren zijn twee kleinere kuifjes zichtbaar.

Het belangrijkste kenmerk van de gamma-uil is de opvallende zilverkleurige ongebroken Y-vormige vlek (het gammateken) in het midden van de voorvleugel.

Een deel van de vlinders trekt in september en oktober weer naar het zuiden.

De gamma-uil is niet in staat in Nederland te overwinteren, hoewel een enkel geval van overwintering bekend is in verwarmde plantenkassen.

Ook overwintert de soort soms als volgroeide rups of als pop.

gehakkelde aurelia

De gehakkelde aurelia links zit lekker in het zonnetje, bij de vlinder rechts is de zon min of meer uit het leven verdwenen. Ze zijn duidelijk niet van dezelfde generatie.

Vergelijk een jong volwassene (man of vrouw maakt niet uit) met een hoogbejaarde en een min of meer zelfde verschil is niet ondenkbaar.

Gestreept nestzwammetje

Natuurlijk ben ik ook nog even weer gaan kijken bij het gestreept nestzwammetje.

Er zijn aanzienlijk meer geopende “nestjes” dan een week geleden.

Groene stinkwants

Deze groene stinkwants heeft alvast zijn winterjas uit de kast gehaald.

De groene stinkwants is van de meeste wantsen gemakkelijk te onderscheiden aan de uniform groene kleur zonder kenmerkende vlekken of tekeningen.

Exemplaren in winterslaap zijn echter bruin van kleur.

Menuetzweefvlieg

De menuetzweefvlieg is een klein, slank zweefvliegje. Tijdens het zweven kan hij zich schokkerig voortbewegen.

Dit zweefvliegje is gemakkelijke te herkennen aan de dikke achterdij en de witte zijkanten van de borstukrug.

Aan de onderkant van de dij zit een rij stekeltjes. In Nederland is er maar één soort. In Europa zijn er drie soorten.

De menuetzweefvlieg is 7-9 mm lang en vliegt in de periode april-oktober in (waarschijnlijk) twee generaties.

De larve leeft van afval op de bodem of in composthopen.

Strontvlieg

De strontvlieg (ook wel gele strontvlieg of drekvlieg) is een 5 tot 10 millimeter lange vlieg en is geel tot oranje van kleur, de vrouwtjes zijn vaak meer grijs of groen.

De vlieg heeft aan de onderzijde een gele, dichte en korte beharing, en op de bovenzijde en de poten een langere, zwarte beharing.

De ogen zijn rood en kenmerkend zijn de tasters die erg kort zijn maar recht naar voren steken.

muurwesp

Dit zou een muurwesp kunnen zijn. Muurwespen lijken sterk op elkaar, ze zijn op het blote oog niet uit elkaar te houden.

Na de overwintering komt het vrouwtje in april tevoorschijn en gaat op zoek naar een goede nestelgelegenheid.

Dat is een holle rietstengel of een oude kevergang in hout. Maar ook door de mens gemaakte gaten, zoals boorgaten in hout, worden geaccepteerd.

In grotere gangen worden ook grotere nesten gemaakt, waaruit vrouwtjes tevoorschijn komen. Nauwere gangen met kleinere cellen leveren mannetjes op.

Meestal worden in een gang twee cellen gemaakt. In een cel worden 2 tot 4 rupsjes van nachtvlinders gestopt. Daarbovenop wordt dan het eitje gelegd.

De cel wordt door een fijne leemachtige mortel afgesloten. Na het uitkomen gaat de ontwikkeling van de larve heel erg vlug. Deze muurwesp kent dan ook twee generaties per jaar.

De muurwespen werden vroeger tot de leemwespen gerekend.

vlieg

Deze vlieg heeft een grijs-zwart getekend achterlijf. De rugzijde van het borststuk is / lijkt goudkleurig behaard.

Ik ben deze vlieg de laatste weken regelmatig tegen gekomen, maar ik heb geen idee welke (waarschijnlijk zeer algemene) soort het is.

wants

Ook deze volwassen wants heb ik niet op naam kunnen brengen.

Van dit formaat en model zijn er “tig” soorten.

wants

Waarschijnlijk is dit nog een juveniele wants (nimf). Ook vorig jaar heb ik deze soort al eens gezien.

Maar ook voor deze jongeling heb ik nog geen passende (soort-)naam kunnen vinden.

Groetjes,

Luit


« terug