Sept 4 12

Het was dinsdag 25 september een heel aangename dag en toen ik tegen vijf uur weer richting Bedum fietste was ik niet ontevreden over wat ik had gezien en op de foto had kunnen zetten. Natuurlijk moet je dan maar afwachten of het resultaat naar tevredenheid is. In dit geval mag ik als rasechte noorderling in alle bescheidenheid zeggen: “Het kon minder.” Ik heb weer een redelijk willekeurige keuze gemaakt uit de (overgebleven) foto’s van deze dag.

akkerhommel

De lichte vorm van de akkerhommel. De akkerhommel heeft een bruin- tot geelrode achterlijfspunt. Ook het borststuk is meestal bruinrood behaard.

Bij de donkere vorm is het achterlijf verder zwart behaard, bij de lichtere vorm zijn de zwarte haren op het achterlijf door gele of grijze vervangen.

Het nest zit meestal onder de grond in oude muizennesten, maar de soort nestelt ook bovengronds onder mos, in graspollen, composthopen, in vogelnesten en soms in nestkastjes.

Een volgroeide kolonie van de akkerhommel bestaat uit zo'n 60 tot 200 werksters.

gewone aardhommel

Bij de gewone aardhommel is het voorste deel van het borststuk meestal bruiniggeel, de rest van het borststuk is zwart behaard.

Het voorstuk (tweede rugplaat) van het achterlijf is geel behaard, het tussenstuk zwart en het einde van het achterlijf is wit behaard. De beharing is kort en regelmatig.

De aardhommel heeft een korte tong, ongeveer even lang als die van de bijen.

Als de aardhommel niet bij de nectar kan komen breekt deze in door aan de onderkant van de bloemkroon een gaatje te bijten. Het nest zit in de grond en kan tot anderhalve meter diep liggen.

Duitse wesp

Duitse wesp. Ze is als soort goed herkenbaar aan de 3 zwarte vlekken op het kopschild.

De Duitse wesp behoort tot de papierwespen en heeft net als veel andere soorten die tot deze groep behoren een overwegend zwarte kleur met gele vlekken en strepen.

Het is daarnaast een insect dat in kolonies leeft, en nesten bouwt van houtvezels zodat het nest een papierachtige textuur heeft.

Net als andere papierwespen kan de Duitse wesp pijnlijk steken doordat de vrouwtjes, die het talrijkst zijn en het gehele jaar voorkomen, een angel bezitten.

De wesp komt algemeen voor in België en Nederland maar is minder talrijk dan de sterk gelijkende gewone wesp.

De Duitse wesp leeft hoofdzakelijk van andere insecten en speelt het grootste deel van het jaar een zeer nuttige rol door plantenetende insecten op te ruimen.

In de herfst echter zoekt de Duitse wesp net als de gewone wesp naar zoetigheden en wordt door bezoekers van terrassen gezien als plaaginsect (“limonadewesp”).

koningin van de gewone wesp

Helaas heb ik het gezicht van deze wesp niet gezien. Het achterlijf is opvallend zwart met vrij smalle gele banden.

Het zou een koningin van de gewone wesp kunnen zijn.

Zo af en toe kom je iets verrassends tegen. Op De Wiershoeck wordt vrij veel gebruik gemaakt van houtsnippers op de paden.

Op één van die paden zagen we een “plukje” onopvallende bruine bolletjes, sommige leken beschimmeld.

Maar bij nadere beschouwing bleken die onopvallende bolletjes heel interessant.

gestreept nestzwammetje

Het gestreept nestzwammetje komt altijd in groepjes voor op dood hout van loof- en naaldbossen of op andere plantenresten. Op een snipperpad kun je soms duizenden exemplaren bij elkaar vinden.

Het gestreept nestzwammetje is de meest algemene soort, het zwammetje is niet giftig, maar ook niet eetbaar. Het zwammetje kan gevonden worden van juni tot en met november.

In ons land komen zeven soorten nestzwammetjes voor. Nestzwammetjes zijn kleine paddenstoeltjes met bekervormige vruchtlichamen waarin als een soort eieren de sporenkapsels liggen.

De buitenzijde van het zwammetje is donkerbruin en bedekt met ruige, viltige haren. Bij jonge exemplaren is de beker bedekt met een wit vlies.

gestreept nestzwammetje

De bekertjes van het gestreept nestzwammetje zijn tien tot vijftien millimeter hoog en staan bij rijpheid bekervormig open. De binnenwand is grijs en overlangs gestreept.

De sporenkapsels (eitjes) zitten met dunne, navelstrengachtige draadjes aan de bodem van de beker vast tot ze door regendruppels worden weggeslingerd.

Uit de afgebroken steel van het eitje ontrolt zich tegelijk een lange kleefdraad, die vast blijft zitten aan het eerste voorwerp waar hij tegenaan komt – een takje, een stengel of een grasspriet bijvoorbeeld.

Omdat de rijpe vruchtlichamen de vorm hebben van een vogelnestje (met eitjes) worden ze ook wel vogelnestzwammetjes genoemd.

Een paddenstoel is het vruchtlichaam van een zwam of schimmel. Paddenstoelen vormen maar een klein deel van de schimmel, waarvan het grootste deel zich onder de grond bevindt in de vorm van schimmeldraden.

Het vakgebied van de biologie dat zich bezig houdt met paddenstoelen, schimmels en zwammen heet mycologie.

Honingbij

De imkers zijn al bezig met de voorbereidingen voor de winter. Het is te hopen dat het deze winter mee zal vallen met de sterfte onder de bijenvolken.

Bij de bijenstal is het al een stuk rustiger dan een maand geleden, maar nog steeds zijn er werksters die stuifmeel verzamelen.

Waarschijnlijk wordt er ook nog steeds nectar verzameld, maar dat is minder duidelijk te zien.

Honingbij

Deze bij bezoekt duidelijk andere bloemen dan haar soortgenoot op de vorige foto.

larven van de bladwesp

Het komt nog al eens voor dat rupsen verward worden met larven van andere insecten. Vooral larven van bladwespen lijken sterk op rupsen.

Alhoewel, ik kan me voorstellen dat niet iedereen bij de linker foto direct denkt aan een rups.

Om rupsen te onderscheiden van bladwesplarven, is het allereerst nodig om te letten op het aantal echte poten (de borstpoten) en het aantal schijnpoten (de buikpoten + de naschuivers) van het insect.

Rupsen hebben drie paar borstpoten, daarna minimaal twee segmenten (de eerste achterlijfsegmenten) zonder poten, daarna maximaal vier paar buikpoten, vervolgens weer een aantal segmenten zonder poten en aan het eind een paar naschuivers.

Larven van bladwespen hebben meer pootjes.

Larve gaasvlieg

Deze larve van de gaasvlieg (ongeveer 5 mm “groot”) heeft zich gecamoufleerd en heeft bovendien gezelschap van een (dood?) spinnetje.

De larve van een gaasvlieg is rupsachtig en heeft een kenmerkende lichaamsvorm. Het lichaam is enigszins driehoekig; de voorzijde is breder dan de in een punt aflopende achterzijde.

De jonge larve ziet er anders uit dan een oudere exemplaar, als de larve net uit het ei kruipt is het lichaam ongekleurd en enigszins doorzichtig. Het lichaam is tevens voorzien van relatief grote gelede poten en een lange, borstelige beharing.

Als de larve groter wordt krijgt het lichaam kleur en worden de borstelharen en poten relatief korter waardoor ze minder opvallen. Het lichaam is duidelijk gesegmenteerd en heeft meestal een bruine tot groene kleur.

Veel soorten hebben vlekjes die het lichaam doen wegvallen tegen de achtergrond. Wat direct opvalt bij de larve zijn de grote, sikkelvormige kaken waarmee prooidieren worden leeggezogen.

De larve heeft aan de voorzijde drie paar gelede pootjes, maar kan daar niet snel mee lopen in vergelijking met larven uit andere families van netvleugeligen.

De larve van een aantal soorten kent in de eerste levensstadia een opmerkelijke manier om zich te camoufleren. De jonge larve gebruikt hierbij de lange borstelharen als een soort kapstok.

Aan de haren worden verschillende deeltjes gehangen, zoals delen van het substraat als zandkorrels, de dode lichamen van leeggezogen prooidieren, de afgeworpen huiden van de larve en zelfs de eigen uitwerpselen worden gebruikt.

Hierdoor krijgt de larve een onregelmatige 'lichaams'vorm en valt zo minder op. Deze vorm van camoufleren komt ook voor bij sommige keverlarven, zoals de larve van de schildpadtor.

Pyjamazweefvlieg

De pyjamazweefvlieg kan het gehele jaar worden gezien. Hij overwintert als vlieg en vliegt soms ook midden in de winter rond.

Strobloem

Nog steeds staat de strobloem in bloei. Als je de bloemblaadjes aanraakt dan krijg je de indruk dat de bloem al gedroogd is.

Ik blijf het een merkwaardige, maar mooie bloem vinden.

Groetjes,


Luit


« terug