Sept 2 12

Omdat de weersverwachting voor dinsdag 18 september niet gunstig was, heb ik de daaraan voorafgaande mooie herfstdag (dus maandag de 17-e) benut en toen ook al een bezoek gebracht aan De Wiershoeck en de Schoolwerktuin. Achteraf geen verkeerde beslissing, het was een heerlijke dag en die kwalificatie kan ik niet toekennen aan dinsdagochtend. Het was beduidend minder zonnig, een stuk frisser en aan het begin van de middag heeft het een tijdje stevig geregend. Daarna viel het wel mee, maar een mooie dag werd het niet meer. Dat was ook duidelijk te merken aan het aantal vlinders en andere insecten. Er viel nog wel wat te beleven, maar veel was het niet. En toch kun je op zo’n dag nog wel iets interessants op de foto zetten. Ik heb een selectie gemaakt uit de foto’s van beide dagen en dit is het eerste deel.

V.l.n.r.: kleine vos, atalanta, groot koolwitje en gehakkelde aurelia

Maandag vlogen er tientallen vlinders, vooral leverkruid en herfstaster werden druk bezocht.
V.l.n.r.: kleine vos, atalanta, groot koolwitje en gehakkelde aurelia.

Gehakkelde aurelia

De gehakkelde aurelia is niet altijd aanwezig (d.w.z. ik zie hem niet elke dinsdag), maar op deze zonnige maandag zag ik drie exemplaren.

koolwitjes

Twee grote koolwitjes. De linker vlinder heeft geen zwarte vlekken op de bovenkant van de voorvleugel, dus is het een mannetje.

Klein geaderd witjes-trio

Deze parende kleine geaderde witjes werden gestoord door een belangstellende soortgenoot, maar zijn/haar aanwezigheid werd niet op prijs gesteld.
Vrouwtjes hebben twee zwarte vlekken op de bovenkant van de voorvleugel, mannetjes één.

Distevlinder

Naast de al genoemde vlinders zag ik maandag ook nog enkele bonte zandoogjes en een distelvlinder. Helaas liet de distelvlinder zich niet fotograferen.
Dinsdag had ik echter meer geluk. Er waren veel minder vlinders actief dan op maandag, maar de distelvlinder was weer aanwezig en hij liet zich zelfs fotograferen.
Dit jaar was een slecht distelvlinderjaar, een aantal maanden geleden had ik er al eentje gezien, maar daarna niet meer.
Vorig jaar (of is het al weer twee jaar geleden?) zaten er bij ons op de heg (cotoneaster) 25 exemplaren!

Rups perzikkruiduil

De perzikkruiduil (nachtvlinder) vliegt in de periode half mei-eind augustus in één generatie. De rups is hoofdzakelijk te zien in de maanden juli tot en met oktober.
De rups, die zowel in een groene als in een bruine vorm voorkomt, foerageert ´s nachts en rust overdag op de waardplant; soms wordt de rups ook 's middags foeragerend aangetroffen.
De soort overwintert als pop in een cocon in de grond en soms als rups.

bijvlieg

Dit is een bijvlieg en waarschijnlijk een vrouwtje kleine bijvlieg.

De kleine bijvlieg is één van de kleinste soorten bijvliegen. Bij de mannetjes raken de ogen elkaar over enige afstand. De ogen van de vrouwtjes raken elkaar niet.
Bij de mannetjes is er op het achterlijf van segment 2 een grote roodbruine tot oranje vlek zijvlek die verbonden is met eenzelfde type vlek op segment 3. Bij de vrouwtjes is deze vlek enkel op segment 2 aanwezig.
De grootte van deze gele vlekken varieert afhankelijk van de temperatuur die de pop ervaart. In de lente zijn deze vlekken veel kleiner dan bij de volwassen vliegen in de zomer.
In de lente zijn de vrouwtjes bijna helemaal zwart en beperkt het geel van de mannetjes zich tot het tweede segment. In de zomer hebben de vrouwtjes grote gele vlekken op het tweede segment en helder witte segmentranden.
Het geel van de mannetjes kan zich wel tot op het vierde segment uitbreiden.

libel

Het zou de bruinrode heidelibel kunnen zijn, maar ik heb daar verder niet op gelet. De libel poseerde geduldig en ik benaderde hem heel voorzichtig om een close-up te kunnen maken.

bandzwever

Het geslacht van de bandzwevers bevat een aantal tamelijk sterk op elkaar lijkende soorten. De Bessenbandzwever (bessenzweefvlieg) is de grootste van een drietal bijna identieke soorten, het is een veelvoorkomende zweefvlieg.

De onder ongeveer 45° van de lichaamsas gespreide vleugels zijn glazig licht, met een bruine voorrand. De bessenbandzwever vliegt in de periode april t/m november.

De larven van alle drie soorten leven van bladluizen. Vooral de larven van de bessenzwever zijn erg nuttig, omdat ze gek zijn op bladluizen in bessenstruiken.

terrasjeskommazwever

De terrasjeskommazwever lijkt op de bessenbandzwever, maar heeft op het achterlijf gele vlekken (komma’s) in plaats van gele dwarsbanden.

Onder gunstige omstandigheden produceert de vlieg bij ons wel 6 tot 7 generaties in één zomer (hij vliegt van juni tot in oktober). De hele levenscyclus gaat dan ook vrij snel. Al twee dagen na gelegd te zijn, kunnen de eitjes uitkomen.

De larven doen vervolgens 10 dagen niets dan eten, gedurende welke tijd een larve wel 800 bladluizen aan kan. Dan gaat hij verpoppen. Reeds na 8 dagen komt er een nieuw vliegje uit de pop.

En als zij een vrouwtje is, dan kan ze in haar hele leven wel tot 1.000 eitjes leggen! Geen wonder dus dat er mee gekweekt wordt voor de biologische landbouw.

snuitvlieg

Het lichaam van de snuitvlieg is gedrongen; het achterlijf erg rond en geel- tot donkerbruin met drie duidelijke donkere en dunne dwarsstrepen, een zwartgrijs borststuk met donkere lengtestrepen en twee grote, ovale ogen die vaak rood tot bruin van kleur zijn.

De vleugels worden in rust helemaal over elkaar op de rug gevouwen. De naam “snuitvlieg” duidt op het kegelvormige, gepunte uitsteeksel vooraan de kop dat bruin van kleur is.

Dit uitsteeksel dient niet om mee te steken, maar om nog dieper in de bloem door te dringen om zo meer nectar op te kunnen zuigen. Veel andere soorten zweefvliegen eten zowel nectar als stuifmeel, maar deze soort heeft geen stuifmeel nodig als voedsel.

Onder de verlenging van de kop zit de eigenlijke zuigsnuit; een zwarte, nog veel langere gelede “snuit”, die als de snuitvlieg niet eet opgevouwen wordt en dan niet zichtbaar is.

veldmuis

Op een composthoop zag ik dit muisje, waarschijnlijk is het een veldmuis. De veldmuis behoort tot de familie van de woelmuizen.
De veldmuis heeft een redelijk korte levensverwachting van ongeveer 4 tot 24 maanden en hij kent vele vijanden. Vrijwel alle vleeseters jagen ook op de veldmuis.

In een recent “Natuurbericht” las ik een interessant stukje over “muizen”. Ik weet niet of het ook van toepassing is op de veldmuis, maar het zou me niet verbazen.

Het populairste voorbeeld voor zelfmoord binnen het dierenrijk zijn waarschijnlijk de lemmingen. Toch geeft de natuur nog een ander opmerkelijk voorbeeld: sommige muizen bieden zichzelf aan als vers kattenvoer.

Wat op doelgerichte zelfmoord lijkt is in feite een geval van hersenspoeling. De kleiner knagers zijn geïnfecteerd met Toxoplasma. Dit is een eencellige parasiet die de muis als tijdelijke gastheer gebruikt.

De voortplanting moet echter in het lichaam van een kat plaats vinden.

Om van muis naar kat te komen heeft de parasiet een fascinerende strategie: hij manipuleert de hersengebieden van de muis die angstig gedrag sturen. Daardoor verliest de knager zijn natuurlijke weerzin tegen katten.

Sterker nog, hij voelt zich plotseling onweerstaanbaar aangetrokken door de geur van kattenurine. Zo wordt hij makkelijke prooi voor zwervende katten.

Terwijl de muis verteerd wordt komt de parasiet vrij om zich voort te planten. Zijn eieren worden samen met de uitwerpselen van de kat uitgescheiden.


Groetjes,


Luit


« terug